Triomfantelijk liet ze de gezondheidsscores op haar smartphone zien.
“Zie je wel dokter? Mijn telefoon zegt het ook: ik ben gezond.”
“Dat ziet er inderdaad uit als mooie getallen. Maar gezondheid ligt iets ingewikkelder. We lopen er samen even doorheen. Waar wilt u beginnen?”
Wanneer is een getal goed?
Een bloeddruk van 125. Of 8.000 stappen. Zeven uur slaap. Een hartslag van 62. Een gewicht van 74 kilo. Het zijn allemaal maar getallen. Toch zijn we geneigd er meteen een oordeel over te hebben. Groen is goed, rood is fout, alsof het een schoolrapport is. Maar gezondheid laat zich moeilijk in een getal vangen.
Neem de bloeddruk. Die schommelt de hele dag door. Dan weer hoog als je je inspant of opwindt, dan weer laag als je tot rust komt in je luie stoel. Gewicht kan van dag tot dag verschillen, en hangt bijvoorbeeld ook af van hoeveel vocht u vasthoudt. En achtduizend stappen zeggen iets anders voor iemand die vorige maand nauwelijks van de bank kwam dan voor iemand die iedere dag tien kilometer wandelt.
Een getal wordt meteen interessanter als u het kunt vergelijken met eerdere metingen, zeker als u tussen die metingen in iets veranderde. Stel dat u besluit iedere avond na het eten een half uur te wandelen. Na een paar weken meet u opnieuw. Misschien is uw bloeddruk lager. Misschien bent u iets afgevallen. Misschien is er nauwelijks verschil. Dat kan tegenvallen, maar geen verschil is ook waardevolle informatie.
De waarde van meten zit ‘m in de context. Het gaat niet om zoveel mogelijk cijfers verzamelen. Interessant wordt het als u ermee terug én vooruit kunt kijken. Waar stond ik? Wat heb ik gedaan? En wat gebeurde er daarna? En waar wil ik heen?
Dat klinkt groter dan het hoeft te zijn. U kunt minder zout over uw eten strooien. Of een paar weken geen alcohol drinken. Eerder naar bed gaan. Vaker de fiets pakken. Kies iets dat bij u past en probeer het een tijdje vol te houden. Daarna kijkt u opnieuw.
Zo ontstaat een eenvoudig proces: meten, iets veranderen en opnieuw meten. Soms ziet u effect. Soms niet. Met die informatie kunt u besluiten ermee door te gaan, iets anders te proberen of het met uw arts te bespreken.
Dat betekent niet dat ieder getal voortdurend gevolgd moet worden, of dat vaker meten sowieso beter is. Als u iedere ochtend op de weegschaal staat zonder iets met het gewicht te doen, heeft u na een maand vooral dertig losse getallen verzameld.
Dat is ook de gedachte achter Ancore. Thuismetingen zijn geen doel op zich. Ze helpen om zicht te krijgen op uw gezondheid en om na verloop van tijd te zien wat er gebeurt wanneer u iets verandert. Het programma helpt om daar kleine stappen aan te verbinden die in uw dagelijks leven passen. Op uw eigen manier, gewoon bij u thuis.
Ik keek weer naar haar smartphone.
“Waar wilt u beginnen?”, vroeg ik haar nog een keer.
Ze scrolde even door haar scherm.
“Misschien toch maar bij die 3.214 stappen.”
“Dat lijkt me een prima getal om mee te beginnen.”

