Verbaasd keek hij naar het papiertje op de spreekkamertafel.
“Hoe kan dat nou dokter? Mijn bloeddruk is hier 140. Thuis meet ik altijd 130.”
“Dat zien we heel vaak. Over het algemeen komen mensen niet voor hun plezier naar het ziekenhuis. De spanning die dat met zich meebrengt, kan de bloeddruk doen stijgen.”
Lange tijd draaiden metingen in de geneeskunde vooral om momentopnames: de bloeddruk in de spreekkamer, een hartfilmpje bij de assistent, de glucose in het laboratorium. Deze metingen zijn belangrijk, maar vertellen vaak niet het hele verhaal. Het lichaam houdt zich immers niet aan een afspraak in het ziekenhuis of de praktijk.
Bloeddruk laat dat heel duidelijk zien. De bloeddruk kan flink schommelen over de dag, bijvoorbeeld door inspanning, rust, stress en slaap. Eén verhoogde meting hoeft dus niet te betekenen dat iemand een hoge bloeddruk heeft. Voor het risico op hart- en vaatziekten is de bloeddruk gemeten in rust van belang.
Daarom doen artsen soms een 24-uurs bloeddrukmeting. Een automatische bloeddrukmeter meet dan overdag en 's nachts gedurende 24 uur. Zo kunnen we bijvoorbeeld vaststellen of de bloeddruk thuis normaal maar in de spreekkamer verhoogd is — ook wel wittejassenhypertensie — en hoe de bloeddruk ’s nachts is. Daarnaast kunnen zorgvuldig uitgevoerde thuismetingen een goed beeld geven van de bloeddruk in het dagelijks leven.
Bij diabetes mellitus (suikerziekte) is meten over de tijd tegenwoordig heel gewoon. Een glucosesensor laat dag en nacht zien hoe de glucosewaarde verandert. Hierbij zijn de glucosewaarden over de tijd net zo belangrijk als losse waarden. Mensen met diabetes gebruiken deze informatie om hun voeding, beweging en insuline daarop af te stemmen.
Deze voorbeelden illustreren een verandering in de zorg. Veel van wat vroeger in een ziekenhuis of huisartspraktijk gebeurde, kunnen mensen inmiddels prima zelf. Eigenlijk vinden we dat heel normaal. Je meet thuis je temperatuur als je je ziek voelt. Je neemt zelf een pijnstiller als je pijn of koorts hebt. Je belt de dokter als je dat nodig vindt. We zijn gewend om thuis voor onze gezondheid te zorgen. Waarom zouden we die kennis en vaardigheden alleen gebruiken wanneer we ziek zijn? Gezondheid onderhouden begint juist eerder: door zicht te houden op hoe je ervoor staat en waar nodig bij te sturen.
Dat is ook de gedachte achter de thuismetingen van Ancore. Door met regelmaat te meten, ontvouwt zich over de tijd een patroon dat een losse meting niet kan laten zien. Dat betekent overigens niet dat vaker meten sowieso beter is. Een meting heeft waarde als duidelijk is waarom je meet en wat je met de uitkomst doet. Anders worden getallen snel ruis. Ancore geeft daarom niet alleen middelen om thuis te meten, maar ook structuur voor het meten zelf en informatie over wat je met de uitkomsten kunt doen.
Is het ziekenhuis daarmee overbodig? Absoluut niet. Een momentopname en een reeks metingen zijn verschillende invalshoeken met hetzelfde doel. Het ziekenhuis is de plaats om ziekte te onderzoeken en te behandelen. Thuis laat zien wat zich in het dagelijks leven afspeelt. Met thuismetingen worden veranderingen in gezondheid zichtbaar en tastbaar. Ze vullen elkaar aan.
Terug naar de man in de spreekkamer. Een paar dagen na het consult liet hij weten dat zijn bloeddruk thuis weer keurig 130 was.

